2         Basisbewerkingen met Wiris

Wij illustreren een aantal mogelijkheden van Wiris met een eenvoudig voorbeeld.

2.1       Kenmerken van een veeltermfunctie

Cédric heeft na zijn verjaardagsparty nog een vuurpijl over.

Hij vuurt deze pijl af vanuit zijn slaapkamer.

De pijl vliegt eerst naar beneden maar gaat vervolgens toch de lucht in om 5 seconden later te ontploffen.

 

De hoogte van de vuurpijl h (gemeten in m) in functie van de tijd t (gemeten in seconden) wordt beschreven door de functie:

 

                                               h(t) =  t³ - 4.t² + 2.t + 8

 

a)      Bepaal de nulpunten van h

b)      Bepaal het snijpunt met de y-as

c)      Hoe hoog vliegt de vuurpijl?

d)      Schets de grafiek van deze functie

e)      Wanneer is de vuurpijl op zijn laagste punt?

f)         

  Opdrachten

8   Klik in het Wiris-appletvenster en typ h(t)=t

8   Om de macht in te tikken ga je naar het tabblad “Bewerkingen

8   Kies uit het palet de knop voor macht   en typ de macht 3 in

8   Indien je nu onmiddellijk het minteken zou ingeven dan wordt dit beschouwd als een macht.
Klik één keer op de pijltjestoets naar rechts op je toetsenbord.
Het gebruik van het maalteken (*) is bij de vermenigvuldiging met een getal overbodig.
Spaties moeten evenmin ingegeven worden omdat Wiris zelf voor de juiste spaciëring en de afstand tussen de wiskundige symbolen in de formule zorgt

8   Vervolledig het voorschrift tot h(t)=t³-4t²+2t+8  en klik op de Enter –toets


Merk op dat de vierkante haak links groter wordt en een nieuwe regel voor het ingeven van formules wordt gecreëerd.
De invoegpositie wordt aangegeven door een knipperende verticale streep.

8   Het is mogelijk om de nulpunten van h(t) te bepalen via de knop  in het “Bewerkingen”palet.
Vul het linker- en rechterlid van deze vergelijking aan.

8   Voor het uitvoeren van deze berekening klik je op de knop  of gebruik je de sneltoetscombinatie  CTRL  ENTER.

8   Een nieuwe haak werd aangemaakt. Bereken de functiewaarde in 0.
Typ binnen deze tweede rechte haak  h(0) en druk op de knop  of nog beter gebruik de sneltoetscombinatie  CTRL  ENTER.

Merk op dat er een derde rechte haak wordt aangemaakt en dat blijkbaar de berekening in de tweede haak niet wordt uitgevoerd omdat de functie h(t) binnen deze tweede haak niet gekend is!

8   Klik opnieuw binnen de eerste haak na de tweede formule en voeg een nieuwe opdrachtregel toe met de  ENTER-toets.

8   Typ h(0), voeg een nieuwe opdrachtregel toe met ENTER en laat de berekening binnen de eerste haak uitvoeren met  CTRL ENTER.

8   Vervolgens berekenen wij hoe hoog de pijl vliegt met de opdracht h(5)

8   Het tekenen van de grafiek doe je met de opdracht  in het tabblad “Bewerkingen”
Tik het functievoorschrift h(t) binnen de ronde haakjes.

Voeg vervolgens eerst een lege opdrachtregel uit met ENTER en laat de grafiek tekenen met  CTRL ENTER.  Een nieuw grafiekvenster verschijnt!

8     Een nog krachtiger opdracht is voorstelling(h(t))

Met deze opdracht worden ook de kritische punten van de grafiek van h(t))voorgesteld zoals de maxima, de minima, de eventuele buigpunten, snijpunten met x-as en y-as alsook de horizontale, verticale en schuine asymptoten.

8     Klik binnen dit grafiekvenster op de knop waarde en verplaats de aanwijzer naar de kenmerkende punten van de grafiek waaronder het minimum.

 

 

                 

 

© Wirisonline 2004